Vier jaar oorlog in Oekraïne
2026, De Groene Amsterdammer
Cover story, long read, Dutch
Written in collaboration with Linde Arentze
Evin Lirov zet zijn rechtervoet iets naar voren en tikt met de neus van zijn schoen tegen het zwarte plastic doosje. ‘En dan ontploft die,’ legt de Oekraïner uit. Het doosje is een landmijn. Maar dit exemplaar is niet geladen. Hier, op de derde verdieping van een bedrijvenpand in de West-Oekraïense stad Ternopil, zal die niet exploderen.
In dit kleine kantoor zoemen zeven 3D-printers onafgebroken door. Laag voor laag verschijnen er grote plastic hulzen in de vorm van een onderbeen. Deze geprinte prothesekappen zijn bestemd voor veteranen die in de oorlog tegen Rusland een deel van hun been verloren. Velen van hen raakten gewond door landmijnen.
In dezelfde werkplaats produceren Evin en zijn vrouw Silviya, wier namen uit veiligheidsoverwegingen zijn gefingeerd, ook landmijnen. De 3D-printers dienen zo twee doelen tegelijk: ze helpen bij het herstellen van oorlogswonden én bij het maken van wapens die de verwondingen veroorzaken. Een vriend van Lirov vat het droog samen: ‘Het is net een systeem dat zichzelf in stand houdt.’
Zelf vindt Lirov zijn dubbelrol allesbehalve tegenstrijdig. In zijn ogen liggen zijn twee taken in elkaars verlengde. Alles wat hij doet, zo legt hij uit, is om de soldaten te steunen in de Oekraïense overlevingsstrijd.
Sinds het begin van de grootschalige Russische invasie draait de Oekraïense defensie-industrie op volle toeren. En met zichtbaar resultaat. In september van dit jaar verkondigde President Zelenskyy dat bijna zestig procent van de wapens in handen van Oekraïense soldaten in eigen land werd geproduceerd. Aan het begin van de oorlog lag dat aandeel nog onder de tien procent.
Die groei is geen luxe, maar noodzaak. Alleen met een sterke binnenlandse wapenproductie kan Oekraïne minder afhankelijk worden van de internationale wapenleveranties en zich minder kwetsbaar maken voor de grillen van de Amerikaanse politiek.
De massale wapenproductie vindt niet alleen plaats in de fabrieken van Oekraïense wapengiganten zoals UkrOboronProm, die hun productie sinds 2022 flink hebben opgeschaald. Op de achtergrond is een andere, minder zichtbare industrie ontstaan. Oekraïense burgers dragen namelijk ook op grote schaal bij aan de wapenproductie. Kleine burgerinitiatieven, vaak van vrijwilligers, zijn uitgegroeid tot betrouwbare leveranciers voor frontsoldaten.
Op deze manier kunnen burgers overal in Oekraïne bijdragen aan de strijd, ook ver weg van het front. Hoe gaan zij te werk? En wat betekent deze betrokkenheid voor de manier waarop Oekraïne oorlog voert tegen Rusland?
Verder lezen? Vind het hele artikel bij De Groene Amsterdammer.